Toelichting 3* VIST praktijk - Scubaqua duiktrainingen

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Hidden Pages

Toelichting VIST 3***

In principe worden de verschillende oefeningen volgens het onderstaande schema uitgevoerd. De instructeur kan echter van de volgorde afwijken indien de omstandigheden dit vereisen, of dat dit de veiligheid ten goede komt.

Snorkeloefeningen
60 seconden onder water snorkelen
45 meter onder water snorkelen
Naar 10 meter diepte hoekduiken
15 minuten snorkelen in zij- borst en rugslag en met één vin. Er dient minimaal een afstand van 1500 meter te worden afgelegd.
Een touw met een paalsteek bevestigen aan een voorwerp op 5 meter diepte.

Duiken met uitrusting
5 duiken met een duikdiepte van 20 tot 40 meter en minsten 30 minuten duur.
De cursist dient zelfstandig als duikleider te fungeren en op te treden. De cursist dient de duik voor te bereiden en rekening te houden met de duikplanning, duikomgeving, duikuitrusting en controle daarvan.
Bij de duiken een breefing en de-breefing te verzorgen.

Duik 01

Gecontroleerde opstijging zonder gebruikmaking van de vinnen vanaf 20 meter. Op 9 en 6 meter diepte een stop van 1 minuut en op 3 meter een stop van 3 minuten. Bijtrimmen is alleen toegestaan d.m.v. bijblazen via de inflator.
Aansluitend minimaal 20 minuten met volledige  uitrusting snorkelen (zwemslag is vrij).

Duik 02
De cursist dient als duikleider er voor te zorgen dat elke duiker bij wisselende diepte altijd tussen de 1-2 meter ten opzichte van de bodem duikt. De duikleider neemt de duikgroep mee naar 20, waarvan hij vervolgens de groep meeneemt in een opstijging naar 6 meter, terwijl één van de duikers gebruik maakt van zijn alternatieve luchtbron. Vervolgens een stop van 3 minuten op 3 meter. Tijdens deze stop dient er een decoballon te worden opgelaten.
Aansluitend minimaal 20  minuten met volledige  uitrusting snorkelen (zwemslag is vrij).

Duik 03
Geschiktheid als duikleider:
Aan het begin van de duik een boei bevestigen en deze aan het einde van de duik weer losmaken en onder water mee terugvoeren. Tijdens het uitduiken dient de lijn opgerolt te worden.
De boei dient aan het eind van de duik teruggevonden te worden met alle middelen die er zijn, het best zonder naar de oppervlakte te gaan. Indien dit toch nodig mocht zijn, dan dient de gehele groep mee te gaan, aan de oppervlakte de boei peilen en op 6 meter diepte de duik voort te zetten naar de boei.

Duik 04
Het plannen en voorbereiden van een nachtduik, inclusief breefing en de-breefing en deze duik ook leiden.
Het vastleggen van het noodplan.

Duik 05
Het voorbereiden van een noodplan van een duikplaats. Aan het begin van de duik alle duikers hierover instrueren.
Het organiseren van een "redding" van een duiker van een diepte van 15 meter. 100 meter aan de oppervlakte transporteren als groepsopgave.
Vervolgens het demonstreren beademing en reanimatie en van de stabiele zijligging.
Het uitleggen van de vervolgprocedure.



VIST
 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu